SHOW REVIEW

Sting brengt weinig opwinding teweeg in Paradiso...

Popzanger verdwaald op gladde pad van succes

De aristocraat van de popmuziek wordt hij wel genoemd. Dit is echter geen garantie voor hoogstaande prestaties. Het concert dat Sting zaterdagavond gaf in Paradiso als een kleinschalig voorproefje van zijn komende wereldtournee was zeer middelmatig. Aan de opstelling lag het niet. In het verlengde van zijn brede muzikale belangstelling was aan alles gedacht: een zwart achtergrondkoortje van vier swingende meiden, twee blazers die een heel arsenaal van tuba tot klarinet bespeelden, rockgitarist Dominic Miller en de toetsenist van het eerste uur Kenny Kirkland. Sting zelf hanteerde zijn basgitaar als een derde arm om het orkest te dirigeren.

Aanvankelijk stond het instrument hinderlijk hard, alsof het publiek niet alleen moest zien, maar ook moest horen wie er hier de baas was. Het koortje kwam er niet bovenuit, toetsen en blazers klonken als een schriel gepiep.

Gaandeweg werd het geluid wel beter, maar toen bleken de songs niet altijd de aandacht vast te kunnen houden. Na een warming-up met de oude hits If I ever lose my faith in you en If you love somebody begon Sting aan een integrale uitvoering van zijn nieuwe cd 'Mercury Falling'. Blues, folk, jazz, country en vooral soul zijn hierop versmolten tot echte Sting-songs, met soms ingewikkelde ritme-patronen en zijn immer zegevierende stem. Desondanks klinkt het bij vlagen nogal tam en daar werd live weinig opwinding aan toegevoegd.

Het gaf te denken, dat het publiek vaak al was uitgeklapt voordat de band het volgende nummer had kunnen inzetten. ''De laatste keer dat ik hier speelde was in 1977'', herinnerde Sting het gehoor aan zijn beroemde Police-verleden, ''waren jullie er toen ook?'' Vrijwel niemand reageerde.

Niet dat het publiek onbeleefd was, want toen halverwege het vuurtje weer wat werd aangewakkerd met 'Roxanne', werd er wel degelijk meegezongen. Opgedirkt met een tuba-solo en een toetsenriedel werd deze mega-hit uit 1979 voor de liefhebbers echter totaal om zeep geholpen. Teleurstelling was blijkaar ook het overheersende sentiment bij Freek de Jonge, die na drie kwartier met zijn vrouw richting uitgang verdween.

Toen Sting het deinende 'Englishman in New York' inzette, schoof er opeens een ander beeld voor het aristocratische imago: hier stond het broertje van Phil Collins. Gezegend met een stem en muzikaal inzicht, en toch verdwaald op het gladde pad van gemakkelijk succes. Een rijk geworden arbeiderszoon, die het liefst heel gewoon wil lijken maar dat al lang niet meer kan zijn.

(c) Brabants Dagblad by Ann Bouwma

SET LIST

(0) Reviews and Comments